Hapklaar Arabisch
Leer Arabisch lezen en schrijven aan de hand van een klein beetje woordenschat en grammatica

Hoofdstuk 5

Op deze pagina vind je audiomateriaal dat overeenkomt met Hoofdstuk 5 van Hapklaar Arabisch, verdeeld in nieuwe letters en tekens, vocabulaire en geselecteerde oefeningen (5-A en 5-G).

Nieuwe letters en tekens

In dit hoofdstuk worden de volgende letters geïntroduceerd. Je kunt op de naam van de letter klikken om de uitspraak te beluisteren.

daal
EindvormMiddenvorm BeginvormGeïsoleerd
ـد ـد د د
dhaal
EindvormMiddenvorm BeginvormGeïsoleerd
ـذ ـذ ذ ذ
´alif maqṣuura
EindvormMiddenvorm BeginvormGeïsoleerd
ـى ى

Je hebt ook de ’alif madda geleerd, die soms wordt gebruikt om een lange aa-klinker aan te geven:

’alif madda
ــٰـ

Vocabulaire

Hieronder staan de nieuwe woorden die in dit hoofdstuk worden geïntroduceerd. Je zult ze moeten kennen om de oefeningen in de volgende hoofdstukken te kunnen maken. Klik op het woord om te luisteren.

هــٰذا haadhaa ‘dit, deze (m.)’
هــٰذِهِ haadhihi ‘dit, deze (vr.)’
ذٰلِكَ dhaalika ‘dat, die (m.)’
تِلْكَ tilka ‘dat, die (vr.)’
الله ’al-laah ‘God, Allah’
ما maa ‘wat’
وَلَد walad ‘jongen’
اَلْكُوَيْت ’al-kuwayt ‘Kuwait’
يَد yad ‘hand (vr.)’
لَذيذ ladhiidh ‘lekker, heerlijk’
دُكّان dukkaan ‘winkel’
مَكْتَب maktab ‘kantoor’

Let op het contrast tussen deze twee woorden die je hebt geleerd:

ما maa ‘wat’
ماء maa´ ‘water’

Je hebt ook de volgende vrouwennamen leren lezen:

هُدى hudaa ‘Huda’
نُهى nuhaa ‘Nuha’
مُنى munaa ‘Mona’

Oefeningen

Hieronder volgt een selectie van de oefeningen uit dit hoofdstuk: 5-A en 5-G.

Oefening 5-A. Lees de volgende woorden met een daal of een dhaal hardop voor. Klik op het woord om ernaar te luisteren.

1.
ذَهَبْنا
2.
نَدِيم
3.
ذُهُون
4.
وَدود
5.
وُلِدْتُ
6.
هُدْهُد

Oefening 5-G. Lees de volgende zinnen voor en vertaal ze. Diakritische tekens zijn spaarzaam gebruikt.

1.
هذا وَلَد وَهذه بِنت.
2.
أَيْنَ مكتب نهى؟
3.
ما ذلك؟ ذلك كِتاب كمال.
4.
مِن أَيْنَ منى؟ هي من الكُوَيْت.
5.
أين باب الدُّكّان؟ هُناكَ.
6.
هذا كُوب ماء.
7.
أين أنتَ اليَوْم؟ أنا هُنا!
8.
ياه! هذا كباب لَذيذ!
9.
أنا هُنا وَأنتَ هناك.