Hapklaar Arabisch
Leer Arabisch lezen en schrijven aan de hand van een klein beetje woordenschat en grammatica

Hoofdstuk 11

Op deze pagina vind je audiomateriaal dat overeenkomt met Hoofdstuk 11 van Hapklaar Arabisch, verdeeld in nieuwe letters en tekens, vocabulaire en geselecteerde oefeningen (11-A, 11-B, 11-C, 11-D, 11-F, 11-G, 11-H, 11-I, 11-K, 11-M en 11-Q).

Nieuwe letters en tekens

In dit hoofdstuk worden de volgende letters geïntroduceerd. Je kunt op de naam van de letter klikken om de uitspraak te beluisteren.

ṣaad
EindvormMiddenvorm BeginvormGeïsoleerd
ـص ـصـ صـ ص
ḍaad
EindvormMiddenvorm BeginvormGeïsoleerd
ـض ـضـ ضـ ض
ṭaa’
EindvormMiddenvorm BeginvormGeïsoleerd
ـط ـطـ طـ ط
ḍhaa’
EindvormMiddenvorm BeginvormGeïsoleerd
ـظ ـظـ ظـ ظ

Vocabulaire

Hieronder staan de nieuwe woorden die in dit hoofdstuk worden geïntroduceerd. Je zult ze moeten kennen om de oefeningen in de volgende hoofdstukken te kunnen maken. Klik op het woord om ernaar te luisteren.

صِفْر ṣifr ‘nul’
صَغِير ṣaghiir ‘klein’
طَوِيل ṭawiil ‘lang’
صَدِيق، صَدِيقَة ṣadiiq, ṣadiiqa ‘vriend, vriendin’
قَلَم qalam ‘pen, potlood’
صَباح ṣabaaḥ ‘ochtend’
خِطاب khiṭaab ‘brief’
تَفَضَّل، تَفَضَّلِي tafaḍḍal, tafaḍḍalii ‘ga je gang, alsjeblieft’
ظُهْر ḍhuhr ‘middag’
بَعْد baʕd ‘na’
يَكْتُب yaktub ‘schrijven’
رِسالَة risaala ‘bericht’
مَساء masaa’ ‘avond’
لِ li ‘voor, ann, naar’

De volgende vijf mannennamen werden ook gepresenteerd:

عَبْدُه ʕabd-uh ‘Abdou’
عَبْد الله ʕabd al-laah ‘Abdallah (informeel uitgesproken als ʕabdallah)’
عَبْد المَجِيد ʕabd al-majiid ‘Abd al‑Majid’
عَبْد العَزِيز ʕabd il-ʕaziiz ‘Abd al‑Aziz’
عَبْد الواحِد ʕabd il-waaḥid ‘Abd al‑Wahed’

Oefeningen

Hieronder volgt een selectie van de oefeningen uit dit hoofdstuk: 11-A, 11-B, 11-C, 11-D, 11-F, 11-G, 11-H, 11-I, 11-K, 11-M en 11-Q.

Oefening 11-A. Lees de volgende woorden hardop voor:

1.
لِصّ
2.
فَصْل
3.
يُصاحِب
4.
صَدْر
5.
أَصْدِقاء
6.
صِحَّة

Oefening 11-B. Lees de volgende woorden hardop voor:

1.
حامِض
2.
ضِمْن
3.
يَحْضُر

Oefening 11-C. Lees de volgende woorden hardop voor:

1.
طالِب
2.
طُرُق
3.
مِطْرَقَة
4.
طَيِّب
5.
خَلِيط
6.
بُطْرُس

Oefening 11-D. Lees de volgende woorden hardop voor:

1.
ظالِم
2.
لَحْظَة
3.
يَنْظُر

Oefening 11-F. Oefen nu de vier emfatische letters door de volgende woorden uit te spreken. Het zijn allemaal woorden die in dit hoofdstuk geïntroduceerd zijn.

1.
صِفْر
2.
طَوِيل
3.
تَفَضَّل
4.
صَدِيقَة
5.
ظُهْر
6.
الْصَّباح
7.
خِطاب
8.
صَلاح

Oefening 11-G. De volgende woorden bevatten een lidwoord gevolgd door een emfatische letter. Denk er ook aan dat alle vier de emfatsiche letters worden uitgesproken met het voorste deel van de tong, waardoor het lidwoord voorafgaand aan een van deze letters wordt uitgesproken met een dubbele medeklinker in plaats van met een l. Dit zijn dus shamsiyy letters of zonneletters.

1.
الْظُّهْر
’aḍh-ḍhuhr ‘de middag’
2.
الْصَّباح
’aṣ-ṣabaaḥ ‘de ochtend’
3.
الْطاوِلَة
’aṭ-ṭaawila ‘de tafel’
4.
الْضَّباب
’aḍ-ḍabaab ‘de mist’

Oefening 11-H. Oefen met het lezen van de volgende vier dialogen.

Dialoog A
مَحْمُود: صَباح الخَيْر، يا آنِسَة مَها.
مَها: صَباح النُّور، يا سَيِّد مَحْمُود.
Dialoog B
نهى: أَهْلًا وَسَهْلاً، يا عُمَر.
عُمَر: أُهْلاً بِكِ، يا نُهى.
Dialoog C
زَيْنَب: مَساء الخَيْر، يا حَبِيبي!
مُنِير: مَساء النُّور، يا حَبِيبَتي!
Dialoog D
أَحْمَد: تَفَضَّلِي، يا مُنى.
مُنى: شُكْرًا، يا أَحْمَد.
أَحْمَد: عَفْوًا.

Oefening 11-I. Oefen met het lezen van de volgende mannennamen.

1.
عَبْد اللَّطِيف
‘dienaar van
de Zachtaardige’
2.
عَبْد الرَّحِيم
‘dienaar van
de Barmhartige’
3.
عَبْد الجَبّار
‘dienaar van
de Sterke’

Oefening 11-K. Lees de volgende zinnen voor.

1.
طارِق يَتَكَلَّم بِاللُّغَة العَرَبِيَّة.
2.
لا أُحِبّ القَهْوَة بِالحَلِيب.
3.
هذا الكِتاب لِلآنِسَة هُدى.
4.
ماذا يَقُول ذلك السَّيِّد لَكِ؟
5.
لِمَن هذه الوَجْبَة؟
6.
ماذا يَقُول الوَلَد لِأُمُّه؟
7.
أَهْلًا وَسَهَلًا بِالسَّيِّدَة عَفاف!
8.
هذا الماء لَكِ، يا سَيِّدَة نَوال.

Oefening 11-M. Oefen met het uitspreken van de volgende bijvoeglijke naamwoorden in een informele stijl. Let op welke lettergreep wordt beklemtoond. Voor elk paar wordt de vrouwelijke vorm op een andere lettergreep beklemtoond dan de mannelijke vorm.

1.
مصري، مصرية
‘Egyptisch’
2.
لبناني، لبنانية
‘Libanees’
3.
جزائري، جزائرية
‘Algerijn’
4.
سوري، سورية
‘Syrisch’

Oefening 11-Q. Vertaal de volgende zinnen. Diakritische tekens zijn maar spaarzaam toegepast.

1.
أَكْتُب هذا الخِطاب بِيَدِي.
2.
البنت تكتب رِسالة لِصديقَتها.
3.
هذه الرِّسالة طَويلة جِدًّا.
4.
ماذا يقول الولد الصَّغير لأُمُّه؟
5.
أقرأ الجريدة بَعْد الظُّهْر.
6.
لا أريد تلك الجريدة الآن.
7.
صديقَتي لا تَتَكَلَّم اللغة العربِيّة.
8.
هذه الرِّسالة لَكَ، يا عبد الله.